In een sollicitatiegesprek wil een werkgever graag een goed beeld van je krijgen. De werkgever wil een kandidaat toetsen op kennis, vaardigheden en competenties. De STAR-methode wordt hierbij als hulpmiddel gebruikt. STAR betekent: Situatie, Taak, Actie, Resultaat.

Wat is de STAR-methode?

Voor elke functie heb je bepaalde competenties nodig. Door middel van een aantal vragen wil de werkgever weten in hoeverre jij deze competenties beheerst aan de hand van een voorbeeld dat jij geeft. De eerste vraag gaat over de situatie, vervolgens krijg je een vraag over jouw taak, daarna komt er een vraag over je actie in deze taak en slot krijg je een vraag over het resultaat. Soms krijg je nog een vraag over je reflectie op je handelen.

Situatie

Welke vragen kun je verwachten?
– Wat was de situatie?
– Wie waren hierbij betrokken?
– Waar speelde dit zich af?

Taak

Welke vragen zou je nu kunnen krijgen?
– Wat was je taak?
– Welke rol speelde jij?

Actie


Mogelijke vragen bij het omschrijven van je actie:
– Hoe heb je dit toen aangepakt?
– Hoe reageerde je?

Resultaat

Nu kun je de volgende vragen verwachten:
– wat was het resultaat van je handelen?
– Hoe werd hierop gereageerd door anderen?

Reflectie

Soms krijg je nog een paar vragen om te reflecteren op je handelen.
– Was je tevreden met het resultaat?
– Zou je het de volgende keer anders aanpakken?

Voorbeeld

Stel, je solliciteert op een functie als verkoper. De werkgever wil graag weten in hoe jij met klanten omgaat en peilt jouw talenten als verkoper. In een sollicitatiegesprek krijg je nu volgens de STAR methode een aantal vragen over een situatie die jij als verkoper hebt meegemaakt.

Wat speelde er?

In mijn studententijd was ik als verkoper werkzaam in een woonwinkel. Ik stond op een dag achter de servicebalie. Een klant kwam terug met een rolgordijn, dat voor hem op maat was gemaakt. Hij wilde het terug brengen want de afmetingen waren niet correct.

Wat waren je taken?

Mijn taak was om de klant duidelijk te maken dat maatwerk nooit wordt terug genomen. Dat was hem ook verteld toen hij het rolgordijn bestelde. Toen ik hem dit vertelde, werd hij heel kwaad en wilde mij met het rolgordijn slaan.

Wat heb je concreet gezegd of gedaan?

Ik bleef kalm en heb de klant op een rustige en vriendelijke toon duidelijk gemaakt dat ik begrip had voor zijn probleem en het ook heel vervelend vond, maar dat ik er graag op een normale manier over wilde praten. Ik maakte duidelijk dat als hij niet zou kalmeren ik de politie zou bellen.

Wat gebeurde er daarna?

De klant werd rustig en het gesprek kon op een redelijk normale toon worden voortgezet.

Bij liegen val je door de mand

Aan de hand van dit voorbeeld zie je dat je een situatie in je werk omschrijft aan de hand van een paar vragen. Je geeft hiermee een goed beeld van je kennis, vaardigheden en competenties. Je kunt dus de vragen alleen beantwoorden als je een situatie hebt meegemaakt waarin je deze bewuste competentie nodig had. Let op! Je valt door de mand als je liegt over competenties of als je je beter voordoet dan in werkelijkheid het geval is.

Je sollicitatiegesprek voorbereiden

Kijk nog eens naar de vacaturetekst en omcirkel alle competenties die voor deze functie worden gevraagd, bijvoorbeeld verkopen, onderhandelen, stressbestendig zijn etc. Probeer bij elke competentie een situatie uit je werkverleden voor ogen te halen. Beantwoord nu de vragen uit de STAR-methode met de situatie uit je werkverleden in gedachten. Schrijf je antwoorden op. Dan blijven ze goed in je geheugen zitten en kun je in het sollicitatiegesprek snel reageren.

Gratis download

Download hier je gratis checklist en gebruik de STAR-methode in je sollicitatiegesprek.